Het is avond.
Hij ligt op zijn rug, bij het raam.
Hij ligt hier al een paar weken. Alles moet hij opnieuw leren na de hersenbloeding die hij kreeg bij het omspitten van zijn tuin.
Opnieuw leren praten, opnieuw leren eten, opnieuw leren lopen, zichzelf opnieuw leren verzorgen. Alles.
De hele dag is een groot gevecht waar hij doodmoe van wordt.
Hij gebruikt al zijn wilskracht om dit gevecht te winnen.
Hij wil terug naar zijn vrouw, zijn kippen, zijn huisje met de bloementuin.
Het is avond.
Hij ligt op zijn rug, bij het raam.
Buiten ziet hij de eerste sterren, een donkere wolk die langzaam voorbij waait, de lichtjes van een vliegtuig, een silhouet van een vogel die zich mee laat voeren door de wind.
Hij is die vogel.
Hij glimlacht met z’n scheve mond.
Hij slaapt.
(column uit de serie ‘Stille Sterren’ die ik schreef voor het personeelsblad van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam)